Leerstoornissen

Lowie (8jr) leest 'zeit' voor 'ziet', even later wordt 'boos' dan weer 'doos'. Lezen vraagt erg veel energie en toch lijkt het maar niet te vlotten. 

 

Noa (11jr) kijkt naar de rekenopgave... Hoe moet ik hier weer aan beginnen? Eerst de honderdtallen, nu de tientallen. Nu moet ik de brug maken, hoe ging dat ook alweer? 

 

Senne (9jr) krijgt een dictee in de klas. Hij schrijft, schrapt, verbetert, schrapt opnieuw, twijfelt en laat uiteindelijk zijn eerste idee staan. 

 

Onder de noemer leerstoornissen vallen kinderen die hardnekkige problemen hebben met lezen en/of schrijven enerzijds en zij die moeite hebben met rekenen anderzijds. Lees- en schrijfmoeilijkheden komen vaak samen voor. 

Deze kinderen leren in vergelijking met klasgenootjes moeizamer lezen/schrijven/rekenen, maken meer en hardnekkigere fouten en lijken aangeleerde strategieën moeilijk te kunnen vasthouden. 

 

Problemen met de schrijfmotoriek worden niet door een logopediste behandeld. Hiervoor zijn psychomotorische therapeuten specifiek opgeleid. 

 


Spraak- en taalstoornissen

Viktor (5jr) vertelt er lustig op los 'tijt mama, daaj, een titte!', waarop mama antwoordt 'ja jongen, daar staat een kikker!'. 

 

Jesse (7jr) komt thuis en vertelt 'op school de dag was een leuke dag'. Even later speelt hij met lego en hoort papa 'jij mogen nie vliegen naar de zoo'. 

 

Niet bij alle kinderen verloopt de spraak- en taalontwikkeling als vanzelf. 

Sommige kinderen hebben moeite met de uitspraak (articulatie) van bepaalde klanken en dit langer dan hun leeftijdsgenootjes. Het niet of niet correct kunnen uitspreken van bepaalde (combinaties van) klanken heeft eveneens invloed op het proces van leren lezen en schrijven. 

 

Andere kinderen hebben moeite met het begrijpen en produceren van taal. Ze hebben moeilijkheden met het vormen van grammaticaal correcte zinnen, begrijpen gesproken opdrachten niet zo goed, lijken weinig woordjes te kennen, durven niet te spreken in het openbaar,... 

 

Ernstige moeilijkheden met de spraak en/of taal kunnen ervoor zorgen dat kinderen moeilijk verstaanbaar worden. Dit heeft gevolgen op tal van ontwikkelingsgebieden van het kind.


Neurologische stoornissen



Jean (81jr) kan sinds zijn beroerte maar moeilijk op zijn woorden komen, dat frustreert hem enorm. 

 

Marie (45jr) spreekt sinds haar ongeluk met grote moeite, haar mond en tong lijken niet meer mee te willen. 

 

Fien (62jr) laat na drie hoestbuien haar kervelsoep staan. Ook het middageten verloopt moeizaam. Fien krijgt het vlees maar moeilijk weggeslikt.

 

Bij spraak- en taalproblemen in het kader van een neurologische problematiek spreken we van afasie, dysartrie en apraxie. Daarnaast zien we ook vaak slikproblemen (dysfagie).

 

Personen met afasie kunnen problemen hebben met het begrijpen van taal, vertellen onsamenhangende verhalen, spreken soms helemaal niet, hebben woordvindingsproblemen,... De afatische stoornis is afhankelijk van het geraakte hersengebied en manifesteert zich op heel wat verschillende manieren. 

 

Personen met dysartrie hebben problemen met het uitspreken van de taal. Ze weten wat ze willen vertellen, maar de aansturing van hun articulatoren (mond, tong, ademhaling,...) zorgt voor moeilijkheden. De klanken van personen met dysartrie zijn vervormd en hierdoor zijn deze personen vaak moeilijker verstaanbaar. 

 

Personen met een spraakapraxie hebben problemen met het aan elkaar rijgen van de verschillende klanken in de juiste volgorde. Deze personen zie je zoekende mondbewegingen maken, ze spreken langzamer, je hoort haperingen. Apraxie komt zelden alleenstaand voor.

 

Dysfagie of slikproblemen komt bij personen met neurologische stoornissen eveneens vaak voor. Hier kan een logopediste bijvoorbeeld hulp bieden bij het aanpassen van de maaltijden.

 


Ondersteunde communicatie

Wout (10jr) laat zien met praatknoppen en prentjes wat zijn noden op dat moment zijn. 

 

Kasper (14jr) kan niet spreken, maar communiceert met een spraakcomputer. Met zijn ogen klikt hij vakjes aan en laat weten dat hij naar buiten wil.

 

Voor sommige kinderen of volwassenen is verbale communicatie uitgesloten of verloopt dit erg moeizaam. Voor hen wordt er gezocht naar een alternatieve communicatiemethode.

 

Dit kan gaan van ondersteuning via afbeeldingen of pictogrammen, praatknoppen en praatboeken tot meer dynamische systemen als een spraakcomputer.De zoektocht naar het juiste communicatiehulpmiddel is vaak een lange weg. Het leren werken met en het persoonlijk afstemmen van deze communicatiehulpmiddelen is eveneens niet eenvoudig.

Bij de verschillende stappen uit die communicatie-zoektocht kan een logopediste gespecialiseerde hulp bieden. 


Stemstoornissen

< info volgt weldra >


Oromyofunctionele therapie (OMFT)

Miel (6jr) lispelt bij woorden met een /s/ of /z/ erin, je ziet dat hij zijn tong tussen zijn tanden steekt tijdens het spreken.

 

Bij Marie (8jr) wordt door de tandarts een open beet vastgesteld. Logopedie wordt aangeraden omwille van habitueel mondademen.

 

Dirk (34jr) droeg vroeger een beugel, maar zijn tandenstand lijkt terug de oude te worden. Dirk blijkt bij nazicht een afwijkend slikpatroon te hebben, waardoor de tong te veel naar buiten komt bij het slikken. Dirk dient eerst logopedie te volgen om dit afwijkend slikpatroon te normaliseren vooraleer de orthodont de situatie opnieuw kan bekijken. 

 

Oromyofunctionele therapie - kortweg OMFT - is een oefentherapie waarbij wordt gewerkt aan het herstel van een verstoord evenwicht in het functioneren van de spieren in en om de mond. Hierbij denken we aan de behandeling van afwijkend mondgedrag zoals duim-, speen- en vingerzuigen, mondademen, nagelbijten, tandenknarsen, afwijkend slikgedrag, kaakklachten. Deze afwijkende mondgewoonten zorgen voor een verstoord evenwicht tussen de mondspieren onderling en dit heeft tot gevolg dat de kaken (en bijgevolg de stand van de tanden) vervormd worden. 

 

De myofunctionele therapie beoogt dus: 

- het duim-, speen- en vingerzuigen af te leren

- mondademen af te leren

- een goede slikgewoonte (met goede rustpositie voor de tongpunt) aanleren

- oefeningen te geven om kaakgewrichtsklacbten te beperken

 

Aan de hand van drukmetingen en gebitsfoto's wordt de vooruitgang objectief opgevolgd op 3, 6 en 12 maanden na de start van de therapie.

 

 

Contact


 

☎︎   014 / 71.42.62

 

✉︎    KINE: 

        Algemeen: kine@loki-praktijk.be

        Rob Peeters: rob.lokipraktijk@gmail.com

        Jan Hendrickx: jan.lokipraktijk@gmail.com

        Sien Peeters: sien.lokipraktijk@gmail.com


        LOGO:

        Rozemie Gauquie: rozemie.lokipraktijk@gmail.com

        Laura Seigers: laura.lokipraktijk@gmail.com

 

    Meerhoutsebaan 40 - 2491 Olmen

 

 



Zakelijke gegevens:  GCV LoKi Kinesitherapie - KBO 0715.814.369